maandag 10 oktober 2011

Optimist tot in de diepvrieskist

...hoewel...
Ik weet het, ik zou alleen maar bezig moeten zijn met schrijven over paarden, maar dit onderzoek kruiste m'n pad en tja, dit moet ik toch even kwijt.
De onderzoekers trainden een groep varkens om een klokgeluid met een beloning te associeren (een appel) en een clicker met het voor hen blijkbaar bijzonder aversief geluid van een wapperende zak. Een beetje zoals ja en nee dus - allebei een geconditioneerde bridging stimulus, alleen is de ene een secundaire bekrachtiger, en de andere een secundaire straffer.
Daarna zetten ze de ene helft in een rijke omgeving: veel ruimte, stro en speelgoed, en de andere helft in een kleine, donkere vervelende ruimte.
Toen lieten ze een dérde, onbekend geluid horen (een 'squeak'). Wat bleek? De varkens in de fijne ruimte kwamen vrolijk-nieuwsgierig dichterbij om een beloning te krijgen, terwijl de varkens in de stressruimte eerder wegkropen, juist géén beloning verwachtend. De enen waren optimistisch, de andere pessimistisch.

Overigens, Catherine Douglas deed overigens ook nog een ander onderzoek waaruit bleek dat melkkoeien die een naam krijgen en als individu's behandeld werden meer melk gaven dan andere.

donderdag 6 oktober 2011

Stay hungry, stay foolish

maandag 3 oktober 2011

Literaire nazomerpaniek

Het Rijwerk-boek gaat éven voor op al de rest. Want het gaat net zoals bij het grondwerkboek: moeizaam. Ook het grondwerkboek duurde twee jaar voor het af was - dit boek zal er alles bij elkaar drie geduurd hebben.

Eerst er héél veel over praten "dat het eigenlijk zou moeten", want mensen vragen ernaar. Maar ik vind het veel te vroeg: niet alleen ben ik zelf geen natuurtalent, ik merk bij mezelf dat mijn denken over rijden heel erg evolueert, en nog steeds. Ik denk héél anders over rijden dan pakweg 5 jaar geleden. Dus ik schrijf niks.

Ik begin wel af en toe mentaal notities te maken. Ik merk dat ik sommige dingen blijkbaar vaak herhaal, of dat mensen toch wel heel vaak vragen wat nageven is, of impuls. Links en rechts begin ik losse flodders op te schrijven, waarvan ik van de helft uiteraard nu niet meer weet waar ik ze toen heb bewaard.

Er ontstaat een vage structuur in m'n hoofd, en ik doe een oproep naar mensen om bij hen te mogen komen filmen in ruil voor een les, omdat ik wat ik denk over rijden bij méér mensen wil toetsen. Zoals over "vanuit de zit rijden" of in galop aanspringen: ik schaaf alle overbodige franjes eraf, en keer terug naar de galophulp van m'n kindertijd.
Maar zelfs rijdende clickertrainers blijken niet te clickertrainen onder het zadel omdat er eigenlijk geen wérkelijk inzicht is in leertheorie. Geniale grondwerkers blijken voor het rijden tóch terug te vallen op wat ze van tevoren wisten. En het is moeilijk om bij een wildvreemde combinatie aan te komen zetten met "laten we eens helemaal opnieuw beginnen". Het zijn tenslotte mijn leerlingen niet, ik spring maar eens binnen voor een keer.
Dat werkt dus niet. De individuele reacties zijn blij lovend, maar mijn ideeën komen er niet voldoende uit, uit die filmpjes. Ik tik mezelf op de vingers: foute aanpak, gemiste kans (maar in elk geval bedankt aan al die mensen)! Ik laat m'n vage structuur weer helemaal los.

Desondanks begint onder invloed van die winterse filmronde het onderwerp van mijn lessen te veranderen. Waar ik in het begin de nadruk legde op de oefeningen verschuift dat steeds meer naar het inzicht, het waaróm van de oefeningen. Ik ga steeds meer splitten. Niet alleen de bestaande rijvormen - ik betrap mezelf erop dat ik ook nog eens in de hulpen zélf ga knippen.
Op een clinic bij de Keulseweg neem ik het uiteindelijke besluit: nee, het wordt géén doorslag van het grondwerkboek. Geen pagina's vol met foto's, do's en don'ts. Wél: inzicht in wat er gebeurt in een paardenhoofd, en daardoor empowerment: je kan het zélf. Weg van de ingewikkeldheid, de franjes, de mystiek: de basis van rijden is simpel, nog simpelder dan je denkt. Kinderlijk eenvoudig, zelfs - letterlijk. Ik knip nog méér.

Ik schrijf chaotisch, net zoals de dingen in mijn hoofd zitten. Dat kan vreemde vormen aannemen, geloof me. Midden in de nacht tast ik naar een balpen en schrijf iets geniaals maar 's ochtends helaas onleesbaar op een blad papier (ik kan me nog steeds niet herinneren wat het was). In de auto, twee ogen op de rijbaan voor me, ik voel waar het blad ongeveer ligt op de passagierszetel en schrijf dan 3 zinnen bibberletters.
Grote en kleine stukken tekst, maar deze keer raken ze gelukkig wel in één mapje op de computer bewaard.

Maar het blijft paniek. Wie ben ik om een boek te schrijven, over rijden godbetert?

Ik ga naar buiten, roep. Zoals gewoonlijk komen ze alle vier, en zoals gewoonlijk 'wint' Adje - ik geef de anderen  hun troostprijs, een handvol korrel. Ik kruip op een blote Adje, en dat is alles wat ik voor de rest doe. Een beetje links-rechts-voor-achter. Adje draait haar hoofd naar m'n rechtervoet. "Je denkt te veel na," zegt ze. Ze heeft gelijk. De zon straalt, de hemel is blauw, Adje heeft de heerlijkste blotepaardenrug ter wereld.

Daar, op Adje's rug, besef ik dat ik niet ongerust hoef te zijn. Ik mág een rijboek schrijven ook zonder dat ik eerst Grand Prix-ruiter word. Ik hak de knoop door en zet de definitieve structuur van het boek op. Ik heb nog een maand om alle losse stukken weer aan elkaar te schrijven.
Yup, Inge schrijft een boek over iets waar ze eigenlijk, naar traditionele normen, veel te weinig van weet: rijden!

maandag 26 september 2011

Hoe nieuw is 'clickertraining'?

Weet je wat ngrams zijn? Het zijn boekenstatistieken die een trend weergeven: een computer leest alle gedigitaliseerde boeken en haalt eruit welke woorden wanneer werden gebruikt, in de loop van de geschiedenis (even hier kijken voor de (grappige) uitleg. Google vond dat uiteraard ook een goed idee, en dus was ik nieuwsgierig wat het woord 'clickertraining' zou doen.
Niks dus, tot BOEM in de jaren '90. Onderaan, bij de jaartallen, zie je op welke boeken deze data gebaseerd zijn, nog niet veel dus. Hoewel clickers al langer gebruikt werden plakte Gary Wilkes pas in '92, ter gelegenheid van een hondentraining-clinic dit woord op "operant conditioneren met behulp van een bridging stimulus".
Verander de grafiek eens van 'American English' naar 'British English' en ziedaar waarom een Engelsman dringend een boek over clickertraining moet schrijven. Tenzij dat wel al gebeurde, nà 2008: het programma telt boeken na 2008 nog niet mee, wat meteen verklaart waarom een begrip zoals "equitation science" voorlopig onbestaande is in de grafieken.
Je kan ook andere tendenzen zien: bijvoorbeeld de opkomst van het woord 'dressuur' tegenover 'reining' in de US.

woensdag 21 september 2011

Een tipje van de sluier

Een boek schrijven is hard werken. Het is een logisch maar bijna-abstract geheel maken van dingen die je in de modder overkomen, in specifieke situaties op verschillende plaatsen, bij verschillende mensen en paarden en vooral bij mezelf, en dat laatste was/is nog véél harder werken.
Ik ben er meer dan 2 jaar mee bezig nu, en het is al alle soorten boeken geweest. Als je een voortdurende chaos van tuimelende gedachten in je hoofd hebt, die allemaal om ter hardste er éérst uit willen - als je les bij mij gehad hebt dan weet je wat ik bedoel - dan is het moeilijk keuzes maken, want je staat niet samen met 1 paard-mens-combinatie in het zand, maar met allemáál.
Wat schrijf ik wel? Wat niet? In welke volgorde? Schrappen, herschrijven, herschikken, tevreden zijn, en de dag erna alles omgooien.

Mensen worden ongeduldig, nu.

"Wanneer is het af?" - in november, ergens.
"Hoe gaat het heten?" - 'Rijwerk'.
"Is het zoals het Grondwerk-boek?"- nee.
"Waarover gaat het?" - Hmm.

"One of the most memorable exchanges I ever heard Ray Hunt make was with a student who had come to his clinic upon my urging. The gentleman very politely sat in the bleachers for three days.

At the end of the last day, he said, “Ray I have a question for you.”

“Shoot,” said Ray.

“I’ve been sitting here and observing,” said the guy. “And I think I understand what’s going on. Every day you put the class through the same series of simple stops, backups, and turns.”

“Yes,” said Ray.

“So here’s my question then. When do you go on to the exercises meant for us ‘intermediate’ riders? Ray -- when do we ever leave Square One?”

And Ray sat there for a full minute before answering.

Then he said, “Son, you never leave Square One. You take it with you."  

                                                       Deb Bennett, in Eclectic Horseman Magazine, 2009

Daar gaat het over.

zondag 18 september 2011

Goal Setting

Beste tip voor trainen die ik in wéken heb gehoord: "Concentrate on results, not on staying busy." Uit "Succesful Time Management", via De Morgen.

zaterdag 10 september 2011

Paarden horen je nerveuze hartslag

...of hoe dan ook: de paper Investigating horse-human interactions: the effect of a nervous human (2009) deed de test. Mens en paard moesten een paar keer zo'n 30 m van A naar B (zowel lopend als rijdend), terwijl van beiden de hartslag gemeten werd, langs een assistent met een paraplu, die daar verder niks mee deed gedurende een hele tijd. Op een bepaald moment werd toch tegen de leidende persoon gezegd dat de paraplu zou opengaan. Waarop de hartslag van die persoon omhoog ging en... even later die van het paard ook - zónder dat de paraplu uiteindelijk openging. 't Is dus niet zomaar een fabeltje: een paard pikt dus inderdaad de nervositeit van een mens op.