woensdag 5 december 2012
dinsdag 20 november 2012
Zorgen voor dieren in gevangenschap
Ik heb rijden en omgaan met paarden van paardenmensen geleerd, maar
wat ik weet over leren en trainen komt voornamelijk van
niet-paardentrainers. Mensen die apen, wolven, beren, otters, orca's,
dolfijnen, krabben en noem maar op trainen, in, jawel, dierentuinen of
voor dierenshows.
We mogen dan wel gruwelen van olifanten in circussen, orca's in te kleine bassins, en luipaarden die eindeloze kringetjes lopen - wij doen hetzelfde. Meer nog: de meeste paardeneigenaars sluiten hun paard op in een kooi die nog véél kleiner is dan waar dierentuinen dieren in opsluiten (je kan als manège-eigenaar maar hopen dat Gaia niet undercover komt filmen; da's maar een kwestie van tijd, niwaar, vooral nu Peta achter de eigenaars van Totilas aangaat). Zelfs onze weides zijn zakdoeken vergeleken met wat in het wild levende paarden eigenlijk nodig hebben.
Maar zonder privé-eigenaars zouden paarden misschien wel een bedreigde diersoort zijn, nu ze niet meer in oorlogen of landbouw gebruikt worden. Zonder de druk van de publieke opinie zou het Bureau of Land Management nog véél meer mustangs uit hun kuddes halen voor de verkoop aan de eerste de beste Amerikaan die langskomt (inclusief slachttransporteurs). Of zou de Australische regering nog steeds helikopterjachten op brumbies organiseren. En zonder dierentuinen zouden er geen Przewalski's in het wild meer zijn; Przewalski's zijn de enige paarden die nog bij de oervorm van het paard aanleunen.
Ik denk dus dat er een plaats is voor dierentuinen, op voorwaarde dat die dierentuinen eerder reservaten zijn dan entertainmentshows - een soort moderne arken van Noah in de zondvloed van de menselijke drang naar zelfdestructie.
Maar het geld om dat te onderhouden moet ergens vandaan komen, en het komt van mensen zoals jij en ik, is het niet via een adverteerder die sponsort of belastingen, dan via ons jaarlijkse bezoek met de kinderen. Zolang wij niet bereid zijn elk jaar hetzelfde bedrag neer te leggen voor een reservaat in ver-weg-istan als voor een gezinsticket voor de dichtsbijzijnde zoo, is een dierentuin een soort tussenoplossing die redelijk werkt (het is wat anders als wilde dieren gevangen worden alleen voor de winst die de show moet maken, natuurlijk).
Tot we met ons allen bij zinnen komen en stoppen met de oceanen leegvissen (jij eet toch ook geen tonijn meer, hoop ik?), minder vlees eten (er gaat meer eten in varkens en koeien dan we er uit halen bij de slacht), minder producten met palmolie kopen (in de helft van onze voedingsproducten zit gekapt regenwoud) en geen fancy hardhouten tuinmeubilair willen zonder even naar het labeltje te kijken.
Hoe je het ook draait of keert, alle dieren zijn in wezen gevangenen van de mens. Ze zijn volkomen afhankelijk van onze goodwill. Zelfs Afrikaanse reservaten, hoe groot ook zijn altijd te klein; altijd een compromis tussen wat we willen en wat we kunnen.
Dieren zijn intelligent, bewust en emotioneel - misschien niet in dezelfde mate als wij, maar we zorgen toch ook voor onze kindertjes ook zonder dat ze slagen in testen voor Theory of Mind omdat ze nog geen 5 zijn, nietwaar. En precies daarom mogen we dieren onze beste zorgen niet ontzeggen.
Voor dieren in gevangenschap betekent dat dat we zo goed mogelijk voor hun fysieke en mentale gezondheid moeten zorgen. Als we er een omheining omheen plaatsen, bevestigen we meteen onze eigen verantwoordelijkheid voor hun welzijn.
En dus ben ik blij met dieren die positieve training krijgen in de dierentuin. Het is in elk geval iets. Een dier wil niet alleen maar ruimte en voer en soortgenoten, maar ook mentale uitdaging.
Ik word diep ongelukkig van dat programma op TV over onze eigen dierentuinen, waar zo ongeveer alle dieren met een pijltje worden verdoofd zodra ze lichamelijk moeten nagekeken worden. De dierenverzorgers krijgen nauwelijks de kans om dieren te trainen; er is geen geld voor. Meer dan tien jaar geleden al stelde ik voor dat ze een vrijwilligersprogramma op poten zouden zetten, om al die dieren te trainen waar de dierenverzorgers zelf geen tijd voor hebben. Kost een pak minder aan verdovingsspul en mentale ellende voor de dieren. Het kon niet, vanwege de verzekering en zo. Onzin. In Amerika, het land waar verzekeraars keizer zijn, kan het wel.
Meer nog: het is goed dat dierentraining bestaat. Nergens anders worden mensen zo nauw bij dieren betrokken (nou ja, tenzij je alle hondjes en katjes op Facebook meetelt). En uit die betrokkenheid groeit interesse: elke dag duikt er wel een filmpje of onderzoek of anecdote op waarbij dieren ons verbazen met hun cognitieve mogelijkheden.
Training kan de visie van mensen op dieren veranderen. Ik heb het al wel eens eerder verteld, van dat zestienjarige meisje dat langskwam net toen Gazelle en ik het verschil tussen de 'A' en de 'C' aan het herhalen waren voor een demo. Hoe haar mond letterlijk openviel van verbazing. En open bleef.
Als je je paard traint, laat het dan altijd zijn om iets te vertellen over zijn eigenheid, zijn intelligentie, zijn meerwaarde. Tuurlijk kan dat er uitzien als 'tricktraining' van apporteren tot piaffe. Als je paard het maar graag doet, en niet alleen omdat je anders de druk verhoogt als hij het niet wil doen.
Zolang je maar niet vergeet dat er iemand in zit, daarbinnen.
We mogen dan wel gruwelen van olifanten in circussen, orca's in te kleine bassins, en luipaarden die eindeloze kringetjes lopen - wij doen hetzelfde. Meer nog: de meeste paardeneigenaars sluiten hun paard op in een kooi die nog véél kleiner is dan waar dierentuinen dieren in opsluiten (je kan als manège-eigenaar maar hopen dat Gaia niet undercover komt filmen; da's maar een kwestie van tijd, niwaar, vooral nu Peta achter de eigenaars van Totilas aangaat). Zelfs onze weides zijn zakdoeken vergeleken met wat in het wild levende paarden eigenlijk nodig hebben.
Maar zonder privé-eigenaars zouden paarden misschien wel een bedreigde diersoort zijn, nu ze niet meer in oorlogen of landbouw gebruikt worden. Zonder de druk van de publieke opinie zou het Bureau of Land Management nog véél meer mustangs uit hun kuddes halen voor de verkoop aan de eerste de beste Amerikaan die langskomt (inclusief slachttransporteurs). Of zou de Australische regering nog steeds helikopterjachten op brumbies organiseren. En zonder dierentuinen zouden er geen Przewalski's in het wild meer zijn; Przewalski's zijn de enige paarden die nog bij de oervorm van het paard aanleunen.
Ik denk dus dat er een plaats is voor dierentuinen, op voorwaarde dat die dierentuinen eerder reservaten zijn dan entertainmentshows - een soort moderne arken van Noah in de zondvloed van de menselijke drang naar zelfdestructie.
Maar het geld om dat te onderhouden moet ergens vandaan komen, en het komt van mensen zoals jij en ik, is het niet via een adverteerder die sponsort of belastingen, dan via ons jaarlijkse bezoek met de kinderen. Zolang wij niet bereid zijn elk jaar hetzelfde bedrag neer te leggen voor een reservaat in ver-weg-istan als voor een gezinsticket voor de dichtsbijzijnde zoo, is een dierentuin een soort tussenoplossing die redelijk werkt (het is wat anders als wilde dieren gevangen worden alleen voor de winst die de show moet maken, natuurlijk).
Tot we met ons allen bij zinnen komen en stoppen met de oceanen leegvissen (jij eet toch ook geen tonijn meer, hoop ik?), minder vlees eten (er gaat meer eten in varkens en koeien dan we er uit halen bij de slacht), minder producten met palmolie kopen (in de helft van onze voedingsproducten zit gekapt regenwoud) en geen fancy hardhouten tuinmeubilair willen zonder even naar het labeltje te kijken.
Hoe je het ook draait of keert, alle dieren zijn in wezen gevangenen van de mens. Ze zijn volkomen afhankelijk van onze goodwill. Zelfs Afrikaanse reservaten, hoe groot ook zijn altijd te klein; altijd een compromis tussen wat we willen en wat we kunnen.
Dieren zijn intelligent, bewust en emotioneel - misschien niet in dezelfde mate als wij, maar we zorgen toch ook voor onze kindertjes ook zonder dat ze slagen in testen voor Theory of Mind omdat ze nog geen 5 zijn, nietwaar. En precies daarom mogen we dieren onze beste zorgen niet ontzeggen.
Voor dieren in gevangenschap betekent dat dat we zo goed mogelijk voor hun fysieke en mentale gezondheid moeten zorgen. Als we er een omheining omheen plaatsen, bevestigen we meteen onze eigen verantwoordelijkheid voor hun welzijn.
En dus ben ik blij met dieren die positieve training krijgen in de dierentuin. Het is in elk geval iets. Een dier wil niet alleen maar ruimte en voer en soortgenoten, maar ook mentale uitdaging.
Ik word diep ongelukkig van dat programma op TV over onze eigen dierentuinen, waar zo ongeveer alle dieren met een pijltje worden verdoofd zodra ze lichamelijk moeten nagekeken worden. De dierenverzorgers krijgen nauwelijks de kans om dieren te trainen; er is geen geld voor. Meer dan tien jaar geleden al stelde ik voor dat ze een vrijwilligersprogramma op poten zouden zetten, om al die dieren te trainen waar de dierenverzorgers zelf geen tijd voor hebben. Kost een pak minder aan verdovingsspul en mentale ellende voor de dieren. Het kon niet, vanwege de verzekering en zo. Onzin. In Amerika, het land waar verzekeraars keizer zijn, kan het wel.
Meer nog: het is goed dat dierentraining bestaat. Nergens anders worden mensen zo nauw bij dieren betrokken (nou ja, tenzij je alle hondjes en katjes op Facebook meetelt). En uit die betrokkenheid groeit interesse: elke dag duikt er wel een filmpje of onderzoek of anecdote op waarbij dieren ons verbazen met hun cognitieve mogelijkheden.
Training kan de visie van mensen op dieren veranderen. Ik heb het al wel eens eerder verteld, van dat zestienjarige meisje dat langskwam net toen Gazelle en ik het verschil tussen de 'A' en de 'C' aan het herhalen waren voor een demo. Hoe haar mond letterlijk openviel van verbazing. En open bleef.
Als je je paard traint, laat het dan altijd zijn om iets te vertellen over zijn eigenheid, zijn intelligentie, zijn meerwaarde. Tuurlijk kan dat er uitzien als 'tricktraining' van apporteren tot piaffe. Als je paard het maar graag doet, en niet alleen omdat je anders de druk verhoogt als hij het niet wil doen.
Zolang je maar niet vergeet dat er iemand in zit, daarbinnen.
maandag 5 november 2012
Paniekwerk
't is weg. Naar de drukker. Het boek, bedoel ik, Denkwerk.
Het heeft veel te veel dagen beheerst, ook al kreeg ik die dag geen letter op papier.
En nu zit ik in dat stadium tussen opluchting en paniek.
Er staan nog honderdduizend dingen niet in, maar op een dag moet het echt ophouden, he? En nu kan het dan echt niet meer. Ik kan er niks meer aan veranderen.
Ik kijk naar de inhoudspagina's. Zo veel! Zo weinig!
Enfin, kijk zelf maar.
Het heeft veel te veel dagen beheerst, ook al kreeg ik die dag geen letter op papier.
En nu zit ik in dat stadium tussen opluchting en paniek.
Er staan nog honderdduizend dingen niet in, maar op een dag moet het echt ophouden, he? En nu kan het dan echt niet meer. Ik kan er niks meer aan veranderen.
Ik kijk naar de inhoudspagina's. Zo veel! Zo weinig!
Enfin, kijk zelf maar.
dinsdag 16 oktober 2012
donderdag 11 oktober 2012
donderdag 13 september 2012
Interview met Paul McGreevy
...over het doel van de International Society of Equitation Science en research.
woensdag 1 augustus 2012
Paarden, mensen en zenuwen
Vorig jaar verscheen er een studie dat paarden zenuwachtiger worden naarmate de mens zenuwachtiger wordt. Conclusie in de media: zenuwachtigheid van mensen beinvloedt het gedrag van paarden.
Dit jaar verscheen er een studie dat paarden kalmer worden (pdf) naarmate de mens zenuwachtiger wordt. Conclusie in de media: zenuwachtigheid van mensen beinvloedt het gedrag van paarden niet.
Dat doet elk normale mens fronsen, niwaar.
Wat blijkt? Er zit nogal wat verschil in de opzet van de twee onderzoeken - het eerste onderzoek gebeurde met gewone rijpaarden, gewone mensen en plotse gebeurtenissen bij het leiden en rijden. Het tweede onderzoek gebeurde met ervaren trekpaarden en geblinddoekte, onbeweeglijk stilstaande zenuwachtige mensen. Algemene conclusies zijn hier dus (nog) niet op hun plaats.
Dit jaar verscheen er een studie dat paarden kalmer worden (pdf) naarmate de mens zenuwachtiger wordt. Conclusie in de media: zenuwachtigheid van mensen beinvloedt het gedrag van paarden niet.
Dat doet elk normale mens fronsen, niwaar.
Wat blijkt? Er zit nogal wat verschil in de opzet van de twee onderzoeken - het eerste onderzoek gebeurde met gewone rijpaarden, gewone mensen en plotse gebeurtenissen bij het leiden en rijden. Het tweede onderzoek gebeurde met ervaren trekpaarden en geblinddoekte, onbeweeglijk stilstaande zenuwachtige mensen. Algemene conclusies zijn hier dus (nog) niet op hun plaats.
maandag 30 juli 2012
Um, wat?
"Trust me, I'm a scientist". Nog maar eens kreeg ik een mail in m'n mailbox met een gelijkaardige strekking. Niet precies die woorden, maar daar kwam het wel op neer.
Het probleem is: wetenschappers onderling zijn het duidelijk onderling ook niet eens. Wie moet ik dan vertrouwen?
Het is niet omdat je een universitair diploma hebt in biologie dat je weet hoe psychologie in elkaar steekt, en omgekeerd. De ene verkondigt zus, de andere zo. En dat is helemaal okee: het is precies debat en discussie en het vooropstellen van een theorie - om er daarna onderzoek naar te doen - die de wetenschap vooruit duwt. Zo volg ik een forum over human ethology, en daar wordt echt niet vriendelijk met elkaar omgegaan; met grote stelligheid worden tegengestelde meningen als feiten gepresenteerd. En beide meningen zijn goed gedocumenteerd door papers. Ik geloof in wetenschap, maar hoe meer ik me verdiep in wetenschap, hoe verbaasder ik soms ben dat we nog weten wat we weten.
Het is dus niet evident als je als leek tussen twee wetenschappelijke strekkingen terecht komt, en er een lijn in moet kunnen trekken.
Enfin, naar aanleiding van deze blog, mijn antwoord van 24 juli dat tot op vandaag nog steeds op moderatie wacht:
"You have a very outdated view on operant conditioning, which shouldn’t be equaled to the old behaviorism. Sure, Skinner laid out the foundations of operant conditioning, as did Pavlov for respondent conditioning – but after that so many scientists added upon it, and learning is now better understood than then. That still doesn’t make the operant conditioning theory moot – it is still the foundation. When a horse learns, it learns following the principles from operant conditioning, but it is evenly influenced by habituation, respondent conditioning, cognitive and social learning. That doesn’t diminish the importance of teaching people to look through the old and newly forged myths that surround horsemanship. Teaching them the basics of operant conditioning is a good place to start, because it teaches them to see that punishment happens where they think they are being ethical, and how far you can get with positive reinforcement alone. Teaching them about comparative psychology (with concepts like Theory of Mind) is a far more difficult endeavour, especially if you want to translate it into a practical method with as little noise as possible.
You accuse operant conditioning for operating in a vacuum, but even a cognitive ethologist like you should acknowledge that cognitive ethology doesn’t operate in a vacuum either. Everything is everything else."
Hij mailde daarop natuurlijk wel, om te zeggen dat zijn methode erg praktisch is, en dat ik mocht komen kijken, maar dat hij tegen positieve bekrachtiging is. Ik vroeg uiteraard waarom dan wel, maar kreeg nog geen antwoord.
Ik kan het wel raden: wij clickertrainers manipuleren de onschuldige paardenziel.
En hij niet. Zijn paarden leren op een volkómen andere manier.
Het probleem is: wetenschappers onderling zijn het duidelijk onderling ook niet eens. Wie moet ik dan vertrouwen?
Het is niet omdat je een universitair diploma hebt in biologie dat je weet hoe psychologie in elkaar steekt, en omgekeerd. De ene verkondigt zus, de andere zo. En dat is helemaal okee: het is precies debat en discussie en het vooropstellen van een theorie - om er daarna onderzoek naar te doen - die de wetenschap vooruit duwt. Zo volg ik een forum over human ethology, en daar wordt echt niet vriendelijk met elkaar omgegaan; met grote stelligheid worden tegengestelde meningen als feiten gepresenteerd. En beide meningen zijn goed gedocumenteerd door papers. Ik geloof in wetenschap, maar hoe meer ik me verdiep in wetenschap, hoe verbaasder ik soms ben dat we nog weten wat we weten.
Het is dus niet evident als je als leek tussen twee wetenschappelijke strekkingen terecht komt, en er een lijn in moet kunnen trekken.
Enfin, naar aanleiding van deze blog, mijn antwoord van 24 juli dat tot op vandaag nog steeds op moderatie wacht:
"You have a very outdated view on operant conditioning, which shouldn’t be equaled to the old behaviorism. Sure, Skinner laid out the foundations of operant conditioning, as did Pavlov for respondent conditioning – but after that so many scientists added upon it, and learning is now better understood than then. That still doesn’t make the operant conditioning theory moot – it is still the foundation. When a horse learns, it learns following the principles from operant conditioning, but it is evenly influenced by habituation, respondent conditioning, cognitive and social learning. That doesn’t diminish the importance of teaching people to look through the old and newly forged myths that surround horsemanship. Teaching them the basics of operant conditioning is a good place to start, because it teaches them to see that punishment happens where they think they are being ethical, and how far you can get with positive reinforcement alone. Teaching them about comparative psychology (with concepts like Theory of Mind) is a far more difficult endeavour, especially if you want to translate it into a practical method with as little noise as possible.
You accuse operant conditioning for operating in a vacuum, but even a cognitive ethologist like you should acknowledge that cognitive ethology doesn’t operate in a vacuum either. Everything is everything else."
Hij mailde daarop natuurlijk wel, om te zeggen dat zijn methode erg praktisch is, en dat ik mocht komen kijken, maar dat hij tegen positieve bekrachtiging is. Ik vroeg uiteraard waarom dan wel, maar kreeg nog geen antwoord.
Ik kan het wel raden: wij clickertrainers manipuleren de onschuldige paardenziel.
En hij niet. Zijn paarden leren op een volkómen andere manier.
donderdag 19 juli 2012
LDR = acute stress
Vers van de pers:
"Dutch and Danish researchers presenting at the 10 Equitation Science conference currently underway in Edinburgh, Scotland, have found that compared to other head and neck positions, horses ridden in hyperflexion, or "low deep and round" are likely to be exposed to higher levels of physiological stress."
(knip)
"We found that the increase in salivary cortisol concentrations from baseline were significantly higher after 10 minutes of riding in the hyperflexed position than the increases observed in the competition head position or with the loose frame. Cortisol is known as the 'stress' hormone and increased cortisol concentrations are routinely used to quantify stress responses in animal welfare studies."
Wat iedereen al lang kon zien staat nu op papier: 't is niet goed voor een paard. Of het iets zal veranderen? Mag ik pessimistisch zijn? 't Zal wel zoiets worden als "ja maar, dat zijn maar Deense ruiters, wat weten die er nu van."
"Dutch and Danish researchers presenting at the 10 Equitation Science conference currently underway in Edinburgh, Scotland, have found that compared to other head and neck positions, horses ridden in hyperflexion, or "low deep and round" are likely to be exposed to higher levels of physiological stress."
(knip)
"We found that the increase in salivary cortisol concentrations from baseline were significantly higher after 10 minutes of riding in the hyperflexed position than the increases observed in the competition head position or with the loose frame. Cortisol is known as the 'stress' hormone and increased cortisol concentrations are routinely used to quantify stress responses in animal welfare studies."
Wat iedereen al lang kon zien staat nu op papier: 't is niet goed voor een paard. Of het iets zal veranderen? Mag ik pessimistisch zijn? 't Zal wel zoiets worden als "ja maar, dat zijn maar Deense ruiters, wat weten die er nu van."
vrijdag 13 juli 2012
Daar gaat de join-up
Vorig jaar was een glunderende Monty Roberts aanwezig bij Ises. Er werd namelijk een research paper voorgesteld waarin Monty's aanpak werd vergeleken met dat van een meneer wiens naam mij nu ontschiet en verder ook niet zo belangrijk is. Enfin, daarbij werd 'bewezen' dat Monty's aanpak beter werkte. Tegenover de aanpak van die meneer, welteverstaan, maar dat werd een beetje onder het tapijt geveegd. Uit research papers kan je hoogstens een tendens aflezen, geen onmiddellijke bewijzen. Daar is veel, veel, véél meer research voor nodig.
Ik heb ook al een paar keer op m'n site verteld hoe weinig ethologen ophebben met de verklaring van Monty Roberts over waarom de join-up werkt - met name dat het 'natuurlijke paardentaal' zou zijn en dat merries dit doen met zich slecht gedragende jonge paarden. Iets dat Monty (maar verder geen enkele etholoog) hoogsteigen heeft gezien in kuddes.
Vandaag gaat de ethologische onderbouw van Monty helemaal tegen de vlakte. Letterlijk dan. Omvergereden door... een speelgoedauto.
The radio-controlled car as a herd leader? A preliminary study of escape and avoidance learning in the round-pen - C. C. Henshall, B. Padalino and P. D. McGreevy
Ik heb ook al een paar keer op m'n site verteld hoe weinig ethologen ophebben met de verklaring van Monty Roberts over waarom de join-up werkt - met name dat het 'natuurlijke paardentaal' zou zijn en dat merries dit doen met zich slecht gedragende jonge paarden. Iets dat Monty (maar verder geen enkele etholoog) hoogsteigen heeft gezien in kuddes.
Vandaag gaat de ethologische onderbouw van Monty helemaal tegen de vlakte. Letterlijk dan. Omvergereden door... een speelgoedauto.
The radio-controlled car as a herd leader? A preliminary study of escape and avoidance learning in the round-pen - C. C. Henshall, B. Padalino and P. D. McGreevy
maandag 25 juni 2012
Tja.
Ze belde me omdat ze er niet meer in slaagde om haar paard aan het lopen te krijgen bij haar dressuurinstructeur (een bekende naam overigens). Hij steigerde, ging op de loop, staakte - en nu begon hij ook nog te bijten als ze hem van en naar z'n stal leidde. Ze begreep er niks van. Ze reed al jaaaren wedstrijd en had verschillende paarden gefokt en opgeleid tot wedstrijdniveau, en dan weer verkocht.
Maar dit paard - het lukte niet. Ze was nochtans NH-minded, en deed zelf aan natuurlijk hoefbekappen. En ze was begonnen met clickertrainen. Of ik eens kon komen?
't Was een eind rijden, en ik verwachtte niets, maar ik was wel nieuwsgierig - op z'n minst was 't ook goed voor m'n Frans.
Ze was inderdaad begonnen met clickertrainen, en ze had een goeie timing. Maar "click" zeggen en af en toe een wortel geven is niet clickertrainen. Daar zijn we dus mee begonnen. Focussen op wat goed gaat. Duidelijk bridgen. Belonen. Gedrag in stukjes knippen. Hulpen in stukjes knippen. Terug naar de basis. En voor haar: loslaten, handen naar voor, loslaten, ophouden met tap-tap-tap met die benen, loslaten. Simpel werk, zo simpel dat het moeilijk was.
Maar het paard kon weer ademen, durfde zowaar af en toe z'n neus naar voren duwen, de hals lang in plaats van in z'n houdinkje achter de teugel te springen. Hij heeft geen enkele keer gesteigerd, gestaakt, en is nooit op de loop gegaan. Hij liep weer.
Na vier weken klaagde ze dat ze te weinig in haar handen voelde. Ze wou dat hij "haar handen opzocht" (dat wou hij niet, en terecht, vond ik - als een paard dat doet is dat een statement naar de ruiter). Ze voelde te weinig in haar handen, kon met niet genoeg druk rijden. Ik beloofde haar dat het zou komen, dat hij aanleuning zou nemen als hij er klaar voor was, maar dat hij gewoon wat meer tijd nodig had dan andere paarden. Ze twijfelde. Ik stelde voor er haar vorige dressuurinstructeur bij te halen, en dat we zouden laten zien hoe hij nu liep, en wat hij er van vond. Daar was ik overigens zelf nieuwsgierig naar.
De week later was het zover. We stelden ons aan elkaar voor, wisselden wat algemeenheden, ik vertelde wat de bedoeling was, waar ik naartoe wou en wat ik dacht dat beiden nodig hadden en hij ging opzij staan. "Doe maar," zei hij. En zei verder niks. Ik voelde z'n scepsis - dat beloofde niet veel goeds.
Na een half uur zwijgen zei hij met enige verbazing "je hebt 'm weer aan het lopen gekregen!" Hij begon vragen te stellen. Wat als zus, wat als zo? Blijf je wortelen geven? Hoe gaat het verder? En hoe doe je dit? Waar begin je als? Wat als hij toch in verzet gaat?
De ruiter, echter, heeft me verteld dat ze het paard verkoopt. Het duurt te lang. Vijf weken al dat ze geen "normale" training kan rijden, en hij is al vier. En hij blijft moeilijk, hij kan nog altijd geen B aan. "Tja," zei ze, "ik heb het mezelf ook veel te moeilijk gemaakt," zei ze. "'t is een Sandro Hit."
Te koop dus: een grote, slungelachtige vierjarige Sandro Hit. Voor goede ruiters met timing en geduld. Voor 6000 euro krijg je 'm mee.
Maar dit paard - het lukte niet. Ze was nochtans NH-minded, en deed zelf aan natuurlijk hoefbekappen. En ze was begonnen met clickertrainen. Of ik eens kon komen?
't Was een eind rijden, en ik verwachtte niets, maar ik was wel nieuwsgierig - op z'n minst was 't ook goed voor m'n Frans.
Ze was inderdaad begonnen met clickertrainen, en ze had een goeie timing. Maar "click" zeggen en af en toe een wortel geven is niet clickertrainen. Daar zijn we dus mee begonnen. Focussen op wat goed gaat. Duidelijk bridgen. Belonen. Gedrag in stukjes knippen. Hulpen in stukjes knippen. Terug naar de basis. En voor haar: loslaten, handen naar voor, loslaten, ophouden met tap-tap-tap met die benen, loslaten. Simpel werk, zo simpel dat het moeilijk was.
Maar het paard kon weer ademen, durfde zowaar af en toe z'n neus naar voren duwen, de hals lang in plaats van in z'n houdinkje achter de teugel te springen. Hij heeft geen enkele keer gesteigerd, gestaakt, en is nooit op de loop gegaan. Hij liep weer.
Na vier weken klaagde ze dat ze te weinig in haar handen voelde. Ze wou dat hij "haar handen opzocht" (dat wou hij niet, en terecht, vond ik - als een paard dat doet is dat een statement naar de ruiter). Ze voelde te weinig in haar handen, kon met niet genoeg druk rijden. Ik beloofde haar dat het zou komen, dat hij aanleuning zou nemen als hij er klaar voor was, maar dat hij gewoon wat meer tijd nodig had dan andere paarden. Ze twijfelde. Ik stelde voor er haar vorige dressuurinstructeur bij te halen, en dat we zouden laten zien hoe hij nu liep, en wat hij er van vond. Daar was ik overigens zelf nieuwsgierig naar.
De week later was het zover. We stelden ons aan elkaar voor, wisselden wat algemeenheden, ik vertelde wat de bedoeling was, waar ik naartoe wou en wat ik dacht dat beiden nodig hadden en hij ging opzij staan. "Doe maar," zei hij. En zei verder niks. Ik voelde z'n scepsis - dat beloofde niet veel goeds.
Na een half uur zwijgen zei hij met enige verbazing "je hebt 'm weer aan het lopen gekregen!" Hij begon vragen te stellen. Wat als zus, wat als zo? Blijf je wortelen geven? Hoe gaat het verder? En hoe doe je dit? Waar begin je als? Wat als hij toch in verzet gaat?
De ruiter, echter, heeft me verteld dat ze het paard verkoopt. Het duurt te lang. Vijf weken al dat ze geen "normale" training kan rijden, en hij is al vier. En hij blijft moeilijk, hij kan nog altijd geen B aan. "Tja," zei ze, "ik heb het mezelf ook veel te moeilijk gemaakt," zei ze. "'t is een Sandro Hit."
Te koop dus: een grote, slungelachtige vierjarige Sandro Hit. Voor goede ruiters met timing en geduld. Voor 6000 euro krijg je 'm mee.
maandag 28 mei 2012
Nee, ze kunnen het niet
Weer een onderzoek naar observationeel leren - wat zouden we stiekem graag hebben dat paarden even "intelligent" zijn als dolfijnen of zo, nietwaar!
11 paarden (groep 1) keken naar een demonstratiepaard dat geleerd had voer te vinden achter een opzij schuivend luik. 5 paarden deden het daarna ook. 11 andere paarden (groep 2) keken naar hoe voer achter het luik werd geplaatst, en mochten dan ook proberen - slechts 1 paard vond hoe het moest.
Uit het bestuderen van de beelden bleek dat het verschil er niet aan lag dat de groep 1-paarden hadden geleerd hoe het luikje open moest; wat ze wel hadden gezien was dat het demonstratiepaard met een voorwerp was bezig geweest waardoor ze meer waren geneigd ook naar dit voorwerp te gaan. Dus werd de opzet nog eens overgedaan met 44 paarden. Deze keer was het openkrijgen gelijk verdeeld (23 tegenover 21).
Toch geen observationeel leren, dus - jammer. Maar het goede nieuws is dat observatie wel de kans tot interactie verhoogt, wat toch wel op een sociale facilitatie (bvb als één paard gaat grazen gaat de rest ook makkelijker grazen) wijst die niet alleen onmiddellijk is. Wat meteen weer bewijst dat cognitie een kwestie van gradatie is, niet van aan/uit.
Overigens in hetzelfde nummer van Applied Animal Behaviour Science een wel heel cynisch onderzoek: "Gentle touching in early life reduces avoidance distance and slaughter stress in beef cattle". Wees lief voor de kalfjes, dan zijn ze minder gestrest in het slachthuis.
11 paarden (groep 1) keken naar een demonstratiepaard dat geleerd had voer te vinden achter een opzij schuivend luik. 5 paarden deden het daarna ook. 11 andere paarden (groep 2) keken naar hoe voer achter het luik werd geplaatst, en mochten dan ook proberen - slechts 1 paard vond hoe het moest.
Uit het bestuderen van de beelden bleek dat het verschil er niet aan lag dat de groep 1-paarden hadden geleerd hoe het luikje open moest; wat ze wel hadden gezien was dat het demonstratiepaard met een voorwerp was bezig geweest waardoor ze meer waren geneigd ook naar dit voorwerp te gaan. Dus werd de opzet nog eens overgedaan met 44 paarden. Deze keer was het openkrijgen gelijk verdeeld (23 tegenover 21).
Toch geen observationeel leren, dus - jammer. Maar het goede nieuws is dat observatie wel de kans tot interactie verhoogt, wat toch wel op een sociale facilitatie (bvb als één paard gaat grazen gaat de rest ook makkelijker grazen) wijst die niet alleen onmiddellijk is. Wat meteen weer bewijst dat cognitie een kwestie van gradatie is, niet van aan/uit.
Overigens in hetzelfde nummer van Applied Animal Behaviour Science een wel heel cynisch onderzoek: "Gentle touching in early life reduces avoidance distance and slaughter stress in beef cattle". Wees lief voor de kalfjes, dan zijn ze minder gestrest in het slachthuis.
maandag 21 mei 2012
zondag 13 mei 2012
Tiens, ik ben geen clickertrainer.
Tenminste, volgens Karen Pryor's woordenlijst.
Hoe kan je nu beweren dat je als clickertrainer alleen maar positieve bekrachtiging gebruikt, alsof elk gedrag apart in z'n eigen bubbel zit, en niet alles al de rest is?
En ik die dacht dat het kernwoord in clickertraining clicker was - het markeersignaal, de bridge, mijn "x" dus, en dat je werkt met wat de ontvanger (het paard dus, in ons geval) een motivator vindt - zoals, bijvoorbeeld, dat je een bang paard beloont voor een klein beetje durven blijven staan door wég te gaan (wat dus negatieve bekrachtiging is).
Verderop bij de C staat ook "Corrections - A euphemism for the application of a physical aversive. The aversive is intended to communicate that the dog did something wrong. In some cases, the trainer then guides the dog through the desired behavior. The application of an aversive followed by desired behavior is considered instructive, thus the euphemism "correction".
Dat is een definitie waar ik het mee eens ben. Ik ben niet zo voor mensen die iets "corrigeren" noemen als ze eigenlijk willen zeggen dat ze positief gaan straffen. Wees maar gewoon duidelijk voor jezelf en voor de anderen, en verstop je niet voor de consequenties van je keuzes in training.
Maar hetzelfde geldt voor clickertrainers: zeg niet dat je alleen maar positieve bekrachtiging gebruikt als het niet zo is. Integriteit en eerlijkheid werken het best in alle richtingen.
vanwege uw combinatietrainer (pardon?) ,
Inge
- Clicker training is a system of teaching that uses positive reinforcement in combination with an event marker.
- Combined training: A type of training using all five principles of operant conditioning and a marker signal (clicker) to modify behavior.
Hoe kan je nu beweren dat je als clickertrainer alleen maar positieve bekrachtiging gebruikt, alsof elk gedrag apart in z'n eigen bubbel zit, en niet alles al de rest is?
En ik die dacht dat het kernwoord in clickertraining clicker was - het markeersignaal, de bridge, mijn "x" dus, en dat je werkt met wat de ontvanger (het paard dus, in ons geval) een motivator vindt - zoals, bijvoorbeeld, dat je een bang paard beloont voor een klein beetje durven blijven staan door wég te gaan (wat dus negatieve bekrachtiging is).
Verderop bij de C staat ook "Corrections - A euphemism for the application of a physical aversive. The aversive is intended to communicate that the dog did something wrong. In some cases, the trainer then guides the dog through the desired behavior. The application of an aversive followed by desired behavior is considered instructive, thus the euphemism "correction".
Dat is een definitie waar ik het mee eens ben. Ik ben niet zo voor mensen die iets "corrigeren" noemen als ze eigenlijk willen zeggen dat ze positief gaan straffen. Wees maar gewoon duidelijk voor jezelf en voor de anderen, en verstop je niet voor de consequenties van je keuzes in training.
Maar hetzelfde geldt voor clickertrainers: zeg niet dat je alleen maar positieve bekrachtiging gebruikt als het niet zo is. Integriteit en eerlijkheid werken het best in alle richtingen.
vanwege uw combinatietrainer (pardon?) ,
Inge
donderdag 3 mei 2012
Waarom er zo moeilijk aan onderzoekspapers te raken is
Heb je je wel eens afgevraagd waarom je alleen maar abstracts krijgt (de korte inhoud), maar meestal niet het héle onderzoek te lezen krijgt - en dus zelf niet kan checken hoe 'ernstig' een onderzoek eigenlijk is gebeurd?
Het ligt niet aan de wetenschappers zelf. Of misschien toch wel.
Onderzoek zit meestal achter slot en grendel als het gepubliceerd is in een van de Reed Elsevier-bladen (of een andere uitgever, maar Elsevier is de grootste). Bij Elsevier gepubliceerd geraken betekent dat je het "maakt" als wetenschapper, want Elsevier checkt heel grondig of alles wel klopt wat daar staat en heeft hoe onderzoek-papers eruit zien gestandardiseerd. Bovendien heeft Elsevier, precies omdat ze zoveel 'ernstig' onderzoek publiceren, een heel grote database die ook makkelijk te gebruiken is als je wetenschapper of student bent. Het belang van je onderzoek (en dus van jou als wetenschapper) wordt gemeten aan de hoeveelheid 'citations' die je hebt (verwijzingen naar jouw onderzoek in ander onderzoek), dus zo'n database is erg belangrijk.
Elsevier heeft dus bijna een monopolie op het gebied van het publiceren van research, maar dat betekent dat wetenschappers hun copyright gratis moeten afstaan aan Elsevier om in die bladen gepubliceerd te geraken.
Jouw en mijn belastinggeld wordt dus via dat gratis aan hen gegeven onderzoek doorgesluisd naar Elsevier, dat het laat nakijken voor peer review door andere wetenschappers die op hun beurt niet door Elsevier worden betaald, maar met belastinggeld.
Bovendien verdient Elsevier een gruwelijke hoeveelheid aan elk pdfje dat iemand zonder abonnement opvraagt, $35 kost zoiets makkelijk (een researcher mag nauwelijks zélf zo'n kopietje van z'n eigen research doorsturen). Om een idee te krijgen van wat zo'n abonnement dan wel kost: Animal Behavior (waarin veel paardenonderzoek verschijnt) kost zo'n $1.500/jaar, en dat is maar een klein maandblad - er is een medisch tijdschrift dat $91.000 kost.
Wetenschappers doen het zichzelf dus een beetje aan, maar het is erg moeilijk om tegen de stroom in te roeien, en dus is het een vicieuze cirkel want ook de politiek houdt zich hier niet mee bezig.
Er komt langzaam aan verweer tegen (een aantal bekende wetenschappers beginnen te weigeren nog bij Elsevier te publiceren), maar er is nog een heel eind te gaan. Ze worden gelukkig nu een beetje geholpen door Elsevier zelf, dat nogal wat stomme dingen aan het doen is. Zo steunden ze de nu gekelderde Amerikaanse anti-piracy wet (en dat voor publiek onderzoek!), mixten gesponsord onderzoek (zelfs fake onderzoek dat in feite advertenties waren voor geneesmiddelen) met 'ernstig' onderzoek zonder dat duidelijk aan te geven, boden $25/bijdrage aan voor gunstige kritiek op Amazon en zijn al bij al vergeten dat het afhankelijk is van het vertrouwen van de wetenschappers voor z'n eigen inhoud.
Zo komt het dus dat ik zelf héél veel pdfs heb (omdat mijn dochter student is en ze kan krijgen via het abonnement van haar universiteit - die zelf duizenden euros per jaar betaalt voor gelimiteerde toegang) maar ze niet mag aanbieden op mijn website (aan jullie dus), omdat ik dan een misdrijf bega (en Elsevier heeft openbare bibliotheken (!) vervolgd omdat ze wél pdfs meegaven). De pdfs die er wél staan, zijn dus alleen degenen die openbaar op het net te vinden zijn.
Mijn bescheiden verzameling paarden-onderzoek is te vinden op www.ingeteblick.be -> research.
Het ligt niet aan de wetenschappers zelf. Of misschien toch wel.
Onderzoek zit meestal achter slot en grendel als het gepubliceerd is in een van de Reed Elsevier-bladen (of een andere uitgever, maar Elsevier is de grootste). Bij Elsevier gepubliceerd geraken betekent dat je het "maakt" als wetenschapper, want Elsevier checkt heel grondig of alles wel klopt wat daar staat en heeft hoe onderzoek-papers eruit zien gestandardiseerd. Bovendien heeft Elsevier, precies omdat ze zoveel 'ernstig' onderzoek publiceren, een heel grote database die ook makkelijk te gebruiken is als je wetenschapper of student bent. Het belang van je onderzoek (en dus van jou als wetenschapper) wordt gemeten aan de hoeveelheid 'citations' die je hebt (verwijzingen naar jouw onderzoek in ander onderzoek), dus zo'n database is erg belangrijk.
Elsevier heeft dus bijna een monopolie op het gebied van het publiceren van research, maar dat betekent dat wetenschappers hun copyright gratis moeten afstaan aan Elsevier om in die bladen gepubliceerd te geraken.
Jouw en mijn belastinggeld wordt dus via dat gratis aan hen gegeven onderzoek doorgesluisd naar Elsevier, dat het laat nakijken voor peer review door andere wetenschappers die op hun beurt niet door Elsevier worden betaald, maar met belastinggeld.
Bovendien verdient Elsevier een gruwelijke hoeveelheid aan elk pdfje dat iemand zonder abonnement opvraagt, $35 kost zoiets makkelijk (een researcher mag nauwelijks zélf zo'n kopietje van z'n eigen research doorsturen). Om een idee te krijgen van wat zo'n abonnement dan wel kost: Animal Behavior (waarin veel paardenonderzoek verschijnt) kost zo'n $1.500/jaar, en dat is maar een klein maandblad - er is een medisch tijdschrift dat $91.000 kost.
Wetenschappers doen het zichzelf dus een beetje aan, maar het is erg moeilijk om tegen de stroom in te roeien, en dus is het een vicieuze cirkel want ook de politiek houdt zich hier niet mee bezig.
Er komt langzaam aan verweer tegen (een aantal bekende wetenschappers beginnen te weigeren nog bij Elsevier te publiceren), maar er is nog een heel eind te gaan. Ze worden gelukkig nu een beetje geholpen door Elsevier zelf, dat nogal wat stomme dingen aan het doen is. Zo steunden ze de nu gekelderde Amerikaanse anti-piracy wet (en dat voor publiek onderzoek!), mixten gesponsord onderzoek (zelfs fake onderzoek dat in feite advertenties waren voor geneesmiddelen) met 'ernstig' onderzoek zonder dat duidelijk aan te geven, boden $25/bijdrage aan voor gunstige kritiek op Amazon en zijn al bij al vergeten dat het afhankelijk is van het vertrouwen van de wetenschappers voor z'n eigen inhoud.
Zo komt het dus dat ik zelf héél veel pdfs heb (omdat mijn dochter student is en ze kan krijgen via het abonnement van haar universiteit - die zelf duizenden euros per jaar betaalt voor gelimiteerde toegang) maar ze niet mag aanbieden op mijn website (aan jullie dus), omdat ik dan een misdrijf bega (en Elsevier heeft openbare bibliotheken (!) vervolgd omdat ze wél pdfs meegaven). De pdfs die er wél staan, zijn dus alleen degenen die openbaar op het net te vinden zijn.
Mijn bescheiden verzameling paarden-onderzoek is te vinden op www.ingeteblick.be -> research.
woensdag 25 april 2012
Spel en allogrooming zijn ethologische noden
Recent onderzoek onder de vleugels van 'onze' Machteld Van Dierendonck gaat in op de vraag of spel en allogrooming ethologische noden zijn. Dat is een belangrijke vraag, want in de wet op de dierenbescherming staat dat dieren moeten gehouden worden op een manier die strookt met hun ethologische noden.
Maar spel en allogrooming (schoftkrauwen) kan je alleen maar als je minstens met twee bent, en niet op stal. Wat dus meteen zou betekenen dat solitaire stallen tegen de ethologische noden ingaan en dus, theoretisch althans, strafbaar.
Je kan het al raden: natuurlijk zijn het ethologische noden - meer nog: ze worden cruciaal genoemd.
Spel en allogrooming beantwoorden aan de 4 criteria voor 'ethologisch noodzakelijk':
1. alle paarden doen het
2. ze zijn zelfbekrachtigend (dwz meetbaar in het lichaam door het vrijkomen van bepaalde hormonen, en duidelijk zichtbaar gedrag dat toont dat paarden het prettig vinden)
3. ze hebben een 'rebound effect' (dwz dat paarden die niet hebben mogen spelen of allogroomen het verlies proberen in te halen door het tijdelijk meer te gaan doen zodra ze dat wel mogen)
4. afwezigheid van spel en allogrooming leidt tot chronische stress.
De abstract van 'Coping in groups of domestic horses – Review from a social and neurobiological perspective' vind je hier.
Maar spel en allogrooming (schoftkrauwen) kan je alleen maar als je minstens met twee bent, en niet op stal. Wat dus meteen zou betekenen dat solitaire stallen tegen de ethologische noden ingaan en dus, theoretisch althans, strafbaar.
Je kan het al raden: natuurlijk zijn het ethologische noden - meer nog: ze worden cruciaal genoemd.
Spel en allogrooming beantwoorden aan de 4 criteria voor 'ethologisch noodzakelijk':
1. alle paarden doen het
2. ze zijn zelfbekrachtigend (dwz meetbaar in het lichaam door het vrijkomen van bepaalde hormonen, en duidelijk zichtbaar gedrag dat toont dat paarden het prettig vinden)
3. ze hebben een 'rebound effect' (dwz dat paarden die niet hebben mogen spelen of allogroomen het verlies proberen in te halen door het tijdelijk meer te gaan doen zodra ze dat wel mogen)
4. afwezigheid van spel en allogrooming leidt tot chronische stress.
De abstract van 'Coping in groups of domestic horses – Review from a social and neurobiological perspective' vind je hier.
maandag 9 april 2012
Meer vriendinnen, dan meer veulens
Eigenlijk zou ik deze paper (uit 2009) niet moeten linken, want ik vind dat er veel te veel mensen een veulen willen fokken
1/ omdat het zo schattig is
2/ omdat een merrie moet veulenen omdat ze anders nooit echt gelukkig wordt
3/ omdat het een garantie is op een wonderlijk superbraaf paard (want ze hebben het helemaal zélf opgevoed) of
4/ omdat het bovenpaardse eigenschappen gaat hebben vanwege goede merrie en steengoede hengst.
Laat dit nu juist 4 steengoede redenen zijn waarom je het NIET moet doen, maar dat terzijde.
Toch maar vermelden dus, omdat het weer eens aantoont hoe onnatuurlijk het is om een paard op stal op te sluiten, zonder de kans te krijgen vriendschappen aan te gaan met andere paarden (en dan bedoel ik niet van over het hek). Kuddes zijn er niet zomaar, per ongeluk; het is een samenlevingsvorm met een functie, zoals gedeelde waakzaamheid tegen roofdieren, bescherming tegen opdringerige hengsten (daar dient de haremhengst dus voor), afwisseling van taken (zoals een beurtrol voor het waken) enzovoort. Hoe stabieler de groep, hoe veiliger en dus gezonder de veulens. En hoe socialer de merries onderling, hoe meer veulens er geboren worden.
Lees er meer over in dit onderzoek: Social bonds between unrelated females increase reproductive success in feral horses (pdf).
1/ omdat het zo schattig is
2/ omdat een merrie moet veulenen omdat ze anders nooit echt gelukkig wordt
3/ omdat het een garantie is op een wonderlijk superbraaf paard (want ze hebben het helemaal zélf opgevoed) of
4/ omdat het bovenpaardse eigenschappen gaat hebben vanwege goede merrie en steengoede hengst.
Laat dit nu juist 4 steengoede redenen zijn waarom je het NIET moet doen, maar dat terzijde.
Toch maar vermelden dus, omdat het weer eens aantoont hoe onnatuurlijk het is om een paard op stal op te sluiten, zonder de kans te krijgen vriendschappen aan te gaan met andere paarden (en dan bedoel ik niet van over het hek). Kuddes zijn er niet zomaar, per ongeluk; het is een samenlevingsvorm met een functie, zoals gedeelde waakzaamheid tegen roofdieren, bescherming tegen opdringerige hengsten (daar dient de haremhengst dus voor), afwisseling van taken (zoals een beurtrol voor het waken) enzovoort. Hoe stabieler de groep, hoe veiliger en dus gezonder de veulens. En hoe socialer de merries onderling, hoe meer veulens er geboren worden.
Lees er meer over in dit onderzoek: Social bonds between unrelated females increase reproductive success in feral horses (pdf).
zaterdag 7 april 2012
Empathie bij paarden
Wie ooit een trainingspsychologie-cursus bij me volgde weet dat we het hebben over theory of mind, en daarbij wordt dan de vraag gesteld of paarden empathie hebben: weten wat de ander voelt, en daarnaar handelen - en soms wel altruistisch handelen: iets doen voor een ander zonder dat je er zelf voordeel bij hebt.
Dat laatste zien we erg zelden bij onze paarden, maar dat betekent niet dat het niet bestaat.
Dat laatste zien we erg zelden bij onze paarden, maar dat betekent niet dat het niet bestaat.
vrijdag 23 maart 2012
The otter that came in from the wild
Een heel leuk filmpje, dit.
En vooral: die otter komt zélf terug, uit eigen vrije wil.
Maar wat is dat, vrije wil?
Een gelijkaardig verhaal dat mij altijd wat heeft dwarsgezeten is "Shy Boy, the horse who came in from the wild" van Monty Roberts. 't Zal wel aan mij liggen (Monty is een horseman met héél veel gevoel voor timing, met marketing én paarden), maar als je het geluid afzet bij de dvd zie je niet minder dan een drie dagen lange jacht op een mustang, tot die het uitgeput opgeeft. Een jaar later laat Monty 'm vrij, maar Shy Boy komt de dag erna terug, uit vrije wil. Nou ja. Je moet 't zelf maar zien. Zonder geluid.
Ik herinner me nog zo'n verhaal, van Kayce Cover (mijn allereerste clickerjuf) die vertelde hoe hun zeeleeuwen in zee werden vrijgelaten door een dierenbevrijdingsfront, maar die de dagen erna allemaal zelf terugkwamen. "They wanted to be with us!" En er is natuurlijk het hartverscheurende verhaal van Keiko, beter gekend als "Free Willy", die gecontroleerd werd vrijgelaten maar desondanks kort daarna stierf - longontsteking, heimwee, afhankelijkheid, wie zal het zeggen?
Er zijn ook mensen die écht hun dier konden loslaten: Christian the lion.
Ik weet niet goed wat ik ervan moet vinden, dierentuinen en dieren in gevangenschap houden, ter leering ende vermaeck. We doen het allemaal zelf ook, natuurlijk, al geven we onze paarden mini-Planckendaels in plaats van Zoo van Antwerpen's. Hopelijk dan. Niks zo eigenblind als het zielig vinden dat een tijger in een kooi opgesloten zit en dan de dag erna even je eigen paard voor een uurtje uit diens nog veel kleinere kooi schuiven.
Je ziet 'm graag, zeg je? Stel dat je je paard kon vrijlaten, morgen. Zou je het doen?
En wat zouden onze paarden doen?
En als je het deed, en je paard kwam de dag erna naar je terug. Hoe zou je dat interpreteren? Een wild dier dat terug naar ons komt.... Hebben we hen iets gegeven, of hebben we hen juist iets afgepakt?
En vooral: die otter komt zélf terug, uit eigen vrije wil.
Maar wat is dat, vrije wil?
Een gelijkaardig verhaal dat mij altijd wat heeft dwarsgezeten is "Shy Boy, the horse who came in from the wild" van Monty Roberts. 't Zal wel aan mij liggen (Monty is een horseman met héél veel gevoel voor timing, met marketing én paarden), maar als je het geluid afzet bij de dvd zie je niet minder dan een drie dagen lange jacht op een mustang, tot die het uitgeput opgeeft. Een jaar later laat Monty 'm vrij, maar Shy Boy komt de dag erna terug, uit vrije wil. Nou ja. Je moet 't zelf maar zien. Zonder geluid.
Ik herinner me nog zo'n verhaal, van Kayce Cover (mijn allereerste clickerjuf) die vertelde hoe hun zeeleeuwen in zee werden vrijgelaten door een dierenbevrijdingsfront, maar die de dagen erna allemaal zelf terugkwamen. "They wanted to be with us!" En er is natuurlijk het hartverscheurende verhaal van Keiko, beter gekend als "Free Willy", die gecontroleerd werd vrijgelaten maar desondanks kort daarna stierf - longontsteking, heimwee, afhankelijkheid, wie zal het zeggen?
Er zijn ook mensen die écht hun dier konden loslaten: Christian the lion.
Ik weet niet goed wat ik ervan moet vinden, dierentuinen en dieren in gevangenschap houden, ter leering ende vermaeck. We doen het allemaal zelf ook, natuurlijk, al geven we onze paarden mini-Planckendaels in plaats van Zoo van Antwerpen's. Hopelijk dan. Niks zo eigenblind als het zielig vinden dat een tijger in een kooi opgesloten zit en dan de dag erna even je eigen paard voor een uurtje uit diens nog veel kleinere kooi schuiven.
Je ziet 'm graag, zeg je? Stel dat je je paard kon vrijlaten, morgen. Zou je het doen?
En wat zouden onze paarden doen?
En als je het deed, en je paard kwam de dag erna naar je terug. Hoe zou je dat interpreteren? Een wild dier dat terug naar ons komt.... Hebben we hen iets gegeven, of hebben we hen juist iets afgepakt?
maandag 12 maart 2012
Waarom R+ gebruiken bij het trainen beter werkt
Naar aanleiding van een discussie op Bokt, hierbij mijn lange antwoord, voor als je de behoefte hebt om je hersens te horen kraken.
Ja, ik denk dat je een paard in principe volledig kan trainen met alleen R+. Of we dat ook moeten doen, daar ben ik niet uit. Zelf combineer ik.
Wat volgt is een LANG antwoord, dat je traag moet lezen, als je dat al zou willen.
Ik heb geprobeerd een hele trainingsfilosofie samen te duwen in een paar alineas, en ik weet dat sommige dingen waarschijnlijk niet voldoende duidelijk zijn, omdat ik er anders 300 blz over doe (maar daarom ben ik dus dat tweede boek aan het schrijven
).
Ik denk dat je soms tegen een paard moet zeggen: "nee, dit kan je wél" (soms is een paard onzeker en heeft hij nét een beetje meer aandrang nodig om de trailer op te gaan, bijvoorbeeld) en soms "dit MOET/dit mag NIET." (voorwaarts MOET, je mag NIET over me heen lopen). Maar dat is dus eerder uitzonderlijk ("twee keer per jaar"
.
Maar moeten kan voor mij dus nooit de essentie van trainen zijn.
De vraag is eigenlijk: wat doe je als het paard het NIET doet? Want DAT bepaalt volgens mij hoe ethisch en efficient een trainer is.
Wat randalinpony schrijft, dat een paard na 5 keer kan besluiten het niet meer te doen, gebeurt natuurlijk ook met R-. Dat ligt dus niet aan hoe we belonen. Ook als je met druk-en-loslaten (R-) werkt is het het PAARD dat beslist of de beloning wel voldoende is om het gevraagde te blijven herhalen. Het gebeurt uiteraard maar al te vaak dat een paard zegt "Die hoek ga ik NIET in. Die trailer ga ik NIET op. Ik ga NIET in galop."
Maar niemand vraagt zich ooit af of dat de "schuld" is van R-. Niemand denkt erover na of in zo'n geval de motivatie van het weglaten van druk misschien onvoldoende is. Het wordt simpelweg meestal opgelost door het verhogen van de druk, niet door het verhogen van de beloning. Meer beenhulp, zwaaien met het touw, meer druk op het leidtouw, meer druk op de teugels, dieper zitten... Kortom, het nóg onaangenamer maken zodat het wegvallen van het onaangename wél belangrijk genoeg wordt voor het paard om een verandering in z'n gedrag te tonen. Dat doet iedereen dus op elk moment, zonder er nog bij na te denken, al duizenden jaren.
Wat is de grootste beloning voor je paard als hij het goed heeft gedaan? Dat je afstapt en hij terug naar de wei mag. Dat JIJ weg bent, kortom.
Maar niemand vraagt zich ooit af of we niet kunnen ophouden met loslaten, wél altijd wanneer we kunnen ophouden met een wortelschijfje te geven.
Vergis je niet: ook bij R+ heb je de mogelijkheid tot (zachte) dwang. Bij R+ val je terug op R- (iets afnemen dat het paard wél graag heeft): "nee, je krijgt dat worteltje niet", of je neemt je aandacht weg (3 seconden totaal geen reactie), of erger nog: "nee, ik ga weg en je kán niets meer verdienen als ik weg ben". Mensen die efficiënt clickertrainen wéten dat het allerergste wat een paard kan overkomen is dat je weg gaat, en erger nog: dat je met een ander paard gaat werken. Wees maar zeker dat hij je achterna komt en alles uit de kast haalt om te laten zien hoe goed hij het wel kan.
Maar dat werkt dus alleen maar als wat je ervoor deed heel leuk was, anders heeft het afnemen ervan niet voldoende 'strafwaarde' voor een paard.
Dat is dus wat grondwerk en véél belonen met R+ doen voor jou en je paard: het maakt dat de hele trainingssessie met jou fijn is, en je paard (dat zo sterk is in het hardwiren van emoties) draagt dat met zich mee in de moeilijke momenten. Ik noem het een "bankrekening vol goodwill" waar je op de moeilijke momenten afhaalt. Met R+ staat je bankrekening gewoon veel sneller en makkelijker vol - je paard is gewoon veel blijer. Met alleen R- en P+ geraak je sneller in het rood.
Een ander probleem bij het gebruik van R+ is niet dat wortelschijfjes op zich hun magie zouden verliezen of zo: het is dat mensen niet strikt genoeg zijn voor zichzelf, en het paard. Dat het paard zegt "bén je daar weer met je vervelende altijd-hetzelfde oefening?" Een oefening die leuk was in het begin maar die je eindeloos herhaalt, daar verliest elke motivator z'n waarde bij.
Maar juist dát is het bewijs dat een paard het uiteindelijk niet voor het voer doet, maar voor de 'thrill of it'. Het is aan de méns om zodra het paard iets 8 of 9/10 keer goed doet, méér te vragen: sneller, beter, hoger, krachtiger. Maar dat gebeurt niet: mensen komen vaak bij clickertraining omdat ze vriendelijk willen trainen, en vergeten dat het een van de moeilijkste en strakste en meest geconcentreerde trainingsvormen is die er bestaan.
En dat brengt ons bij rijden. Waarom zie je zo weinig mensen clickeren in het zadel, ook mensen die ongelooflijke dingen doen op de grond? Omdat de principes van clickertraining niet voldoende vertaald worden naar de principes van rijden. De échte magie van clickertraining ligt niet in het voer. Het ligt niet alleen in het beter beseffen wat een paard doet voor de juiste beloning (en beseffen dat die motivator verandert), maar vooral in de bridge. In hele kleine stukjes opdelen, aan één criterium tegelijk werken, en de bridge gebruiken zoals hij bedoeld is: dat heb je goed gedaan, einde oefening, hier is je beloning WAT OOK DIE BELONING IS.
In het begin (bij het aanrijden of her-aanrijden) is dat gewoon nog steeds voer (gecombineerd met stilstaan, anders kan je het niet geven), maar dat wordt al snel het mogen stilstaan op zich. Véél stilstaan dus, in het begin.
Maar als je goed traint verandert de motivatie van het paard. De goodwill-bankrekening, weet je wel? Waar je die in het begin vult met wortelschijfjes, leer je die vullen met nieuwe oefeningen, volgens een principe dat 'chaining' heet (google 'Premack' maar eens, als je nog geen hoofdpijn hebt).
Er zit nogal wat trainingsinzicht om te gaan van "inspanning is aversief" (de reden dat een paard wil werken is omdat hij daarna mag stilstaan) naar "ijver is aangeleerd" (een paard dat voldoende beloond wordt voor werken gaat gráág werken). Door te zeggen "ja, je MAG" in plaats van "nee, je MOET".
Overigens vind ik het argument dat een paard ook in de natuur R- en P+ tegenkomt en dat we dat daarom ook in de training mogen gebruiken, volkomen naast de kwestie. Om te beginnen zijn we geen paarden, en de keuze van je methode hoort af te hangen van wat simpelweg de meest efficiënte methode is voor jou en jouw paard.
Zelf denk ik dus dat de meest efficiënte methode die van het combineren is: R- met R+, waarbij de waarde van de R+ zo groot moet zijn dat er nauwelijks druk nodig is bij de R-.
Omdat we boven op een paard zitten, vormen we één biomechanisch geheel. Je ontkomt er niet aan dat je dingen in jezelf voelt die van het paard komen en omgekeerd - er is heel veel directe informatie-uitwisseling. Het gebruiken van druk is niet per definitie "fout": je loopt graag met je lief hand in hand, en je danst graag met hem. Da's ook fysieke druk.
En je moet ook jezelf opzetten voor succes; rijden met twee handen en twee benen en het verleggen van gewicht voelt erg natuurlijk (hoewel niet altijd verfijnd).
Alleen: als clickertrainer heb je niet alleen die bankrekening vol goodwill, je hebt ook en vooral de bridge. De bridge maakt dat een 'clickersavvy' paard leert dat hij mág experimenteren. Hij probeert vanalles uit (zonder dat je de druk moet verhogen - 'uitproberen' is NIET hetzelfde als in het wilde weg gedrag rondstrooien), en zodra je bridget wéét hij het gewoon. Het gaat véél sneller dan eender welke andere methode. En daarna is het een kwestie van bijschaven.
En ja, de bridge krijgt pas haar waarde omdat ze heel vaak geassocieerd is geweest met die supermotivator die voer is.
Maar je moet dus nog altijd gewoon netjes rijden. Er valt hoegenaamd NIETS weg van alle waarheden rond biomechanica, dragen, nageven enzovoort enzovoort. Er bestaan geen shortcuts voor het langzame opbouwen van de fysiek van een gezonde atleet.
Ja, ik denk dat je een paard in principe volledig kan trainen met alleen R+. Of we dat ook moeten doen, daar ben ik niet uit. Zelf combineer ik.
Wat volgt is een LANG antwoord, dat je traag moet lezen, als je dat al zou willen.
Ik heb geprobeerd een hele trainingsfilosofie samen te duwen in een paar alineas, en ik weet dat sommige dingen waarschijnlijk niet voldoende duidelijk zijn, omdat ik er anders 300 blz over doe (maar daarom ben ik dus dat tweede boek aan het schrijven
Ik denk dat je soms tegen een paard moet zeggen: "nee, dit kan je wél" (soms is een paard onzeker en heeft hij nét een beetje meer aandrang nodig om de trailer op te gaan, bijvoorbeeld) en soms "dit MOET/dit mag NIET." (voorwaarts MOET, je mag NIET over me heen lopen). Maar dat is dus eerder uitzonderlijk ("twee keer per jaar"
Maar moeten kan voor mij dus nooit de essentie van trainen zijn.
De vraag is eigenlijk: wat doe je als het paard het NIET doet? Want DAT bepaalt volgens mij hoe ethisch en efficient een trainer is.
Wat randalinpony schrijft, dat een paard na 5 keer kan besluiten het niet meer te doen, gebeurt natuurlijk ook met R-. Dat ligt dus niet aan hoe we belonen. Ook als je met druk-en-loslaten (R-) werkt is het het PAARD dat beslist of de beloning wel voldoende is om het gevraagde te blijven herhalen. Het gebeurt uiteraard maar al te vaak dat een paard zegt "Die hoek ga ik NIET in. Die trailer ga ik NIET op. Ik ga NIET in galop."
Maar niemand vraagt zich ooit af of dat de "schuld" is van R-. Niemand denkt erover na of in zo'n geval de motivatie van het weglaten van druk misschien onvoldoende is. Het wordt simpelweg meestal opgelost door het verhogen van de druk, niet door het verhogen van de beloning. Meer beenhulp, zwaaien met het touw, meer druk op het leidtouw, meer druk op de teugels, dieper zitten... Kortom, het nóg onaangenamer maken zodat het wegvallen van het onaangename wél belangrijk genoeg wordt voor het paard om een verandering in z'n gedrag te tonen. Dat doet iedereen dus op elk moment, zonder er nog bij na te denken, al duizenden jaren.
Wat is de grootste beloning voor je paard als hij het goed heeft gedaan? Dat je afstapt en hij terug naar de wei mag. Dat JIJ weg bent, kortom.
Maar niemand vraagt zich ooit af of we niet kunnen ophouden met loslaten, wél altijd wanneer we kunnen ophouden met een wortelschijfje te geven.
Vergis je niet: ook bij R+ heb je de mogelijkheid tot (zachte) dwang. Bij R+ val je terug op R- (iets afnemen dat het paard wél graag heeft): "nee, je krijgt dat worteltje niet", of je neemt je aandacht weg (3 seconden totaal geen reactie), of erger nog: "nee, ik ga weg en je kán niets meer verdienen als ik weg ben". Mensen die efficiënt clickertrainen wéten dat het allerergste wat een paard kan overkomen is dat je weg gaat, en erger nog: dat je met een ander paard gaat werken. Wees maar zeker dat hij je achterna komt en alles uit de kast haalt om te laten zien hoe goed hij het wel kan.
Maar dat werkt dus alleen maar als wat je ervoor deed heel leuk was, anders heeft het afnemen ervan niet voldoende 'strafwaarde' voor een paard.
Dat is dus wat grondwerk en véél belonen met R+ doen voor jou en je paard: het maakt dat de hele trainingssessie met jou fijn is, en je paard (dat zo sterk is in het hardwiren van emoties) draagt dat met zich mee in de moeilijke momenten. Ik noem het een "bankrekening vol goodwill" waar je op de moeilijke momenten afhaalt. Met R+ staat je bankrekening gewoon veel sneller en makkelijker vol - je paard is gewoon veel blijer. Met alleen R- en P+ geraak je sneller in het rood.
Een ander probleem bij het gebruik van R+ is niet dat wortelschijfjes op zich hun magie zouden verliezen of zo: het is dat mensen niet strikt genoeg zijn voor zichzelf, en het paard. Dat het paard zegt "bén je daar weer met je vervelende altijd-hetzelfde oefening?" Een oefening die leuk was in het begin maar die je eindeloos herhaalt, daar verliest elke motivator z'n waarde bij.
Maar juist dát is het bewijs dat een paard het uiteindelijk niet voor het voer doet, maar voor de 'thrill of it'. Het is aan de méns om zodra het paard iets 8 of 9/10 keer goed doet, méér te vragen: sneller, beter, hoger, krachtiger. Maar dat gebeurt niet: mensen komen vaak bij clickertraining omdat ze vriendelijk willen trainen, en vergeten dat het een van de moeilijkste en strakste en meest geconcentreerde trainingsvormen is die er bestaan.
En dat brengt ons bij rijden. Waarom zie je zo weinig mensen clickeren in het zadel, ook mensen die ongelooflijke dingen doen op de grond? Omdat de principes van clickertraining niet voldoende vertaald worden naar de principes van rijden. De échte magie van clickertraining ligt niet in het voer. Het ligt niet alleen in het beter beseffen wat een paard doet voor de juiste beloning (en beseffen dat die motivator verandert), maar vooral in de bridge. In hele kleine stukjes opdelen, aan één criterium tegelijk werken, en de bridge gebruiken zoals hij bedoeld is: dat heb je goed gedaan, einde oefening, hier is je beloning WAT OOK DIE BELONING IS.
In het begin (bij het aanrijden of her-aanrijden) is dat gewoon nog steeds voer (gecombineerd met stilstaan, anders kan je het niet geven), maar dat wordt al snel het mogen stilstaan op zich. Véél stilstaan dus, in het begin.
Maar als je goed traint verandert de motivatie van het paard. De goodwill-bankrekening, weet je wel? Waar je die in het begin vult met wortelschijfjes, leer je die vullen met nieuwe oefeningen, volgens een principe dat 'chaining' heet (google 'Premack' maar eens, als je nog geen hoofdpijn hebt).
Er zit nogal wat trainingsinzicht om te gaan van "inspanning is aversief" (de reden dat een paard wil werken is omdat hij daarna mag stilstaan) naar "ijver is aangeleerd" (een paard dat voldoende beloond wordt voor werken gaat gráág werken). Door te zeggen "ja, je MAG" in plaats van "nee, je MOET".
Overigens vind ik het argument dat een paard ook in de natuur R- en P+ tegenkomt en dat we dat daarom ook in de training mogen gebruiken, volkomen naast de kwestie. Om te beginnen zijn we geen paarden, en de keuze van je methode hoort af te hangen van wat simpelweg de meest efficiënte methode is voor jou en jouw paard.
Zelf denk ik dus dat de meest efficiënte methode die van het combineren is: R- met R+, waarbij de waarde van de R+ zo groot moet zijn dat er nauwelijks druk nodig is bij de R-.
Omdat we boven op een paard zitten, vormen we één biomechanisch geheel. Je ontkomt er niet aan dat je dingen in jezelf voelt die van het paard komen en omgekeerd - er is heel veel directe informatie-uitwisseling. Het gebruiken van druk is niet per definitie "fout": je loopt graag met je lief hand in hand, en je danst graag met hem. Da's ook fysieke druk.
En je moet ook jezelf opzetten voor succes; rijden met twee handen en twee benen en het verleggen van gewicht voelt erg natuurlijk (hoewel niet altijd verfijnd).
Alleen: als clickertrainer heb je niet alleen die bankrekening vol goodwill, je hebt ook en vooral de bridge. De bridge maakt dat een 'clickersavvy' paard leert dat hij mág experimenteren. Hij probeert vanalles uit (zonder dat je de druk moet verhogen - 'uitproberen' is NIET hetzelfde als in het wilde weg gedrag rondstrooien), en zodra je bridget wéét hij het gewoon. Het gaat véél sneller dan eender welke andere methode. En daarna is het een kwestie van bijschaven.
En ja, de bridge krijgt pas haar waarde omdat ze heel vaak geassocieerd is geweest met die supermotivator die voer is.
Maar je moet dus nog altijd gewoon netjes rijden. Er valt hoegenaamd NIETS weg van alle waarheden rond biomechanica, dragen, nageven enzovoort enzovoort. Er bestaan geen shortcuts voor het langzame opbouwen van de fysiek van een gezonde atleet.
Abonneren op:
Posts (Atom)